Omgaan met tijdelijkheid

Ach, we zullen wel zien hoe het afloopt..

Het is aardedonker in de Brusselse nacht. België slaapt, maar ik ben met mijn twee dochters op expeditie. ‘Waar is iedereen?’ vraagt Joya. Onze vlucht vanaf Brussel-Charleroi naar Tenerife gaat om zeven uur; het is nu half vijf. Het heeft iets spookachtigs en avontuurlijks, zo reizen in het donker. We kletsen over alle mensen die nu nog liggen te slapen, over vliegen en het Spaanse eiland. Zin in! P4 is onze parking. Tien minuutjes lopen, zou het zijn. Het worden er twintig. Het mag de pret niet drukken, al moet Joya plassen en is het behoorlijk koud… De gedachte aan een zonnig Playa de las Americas vergoedt een hoop. Om 5:15 arriveren we in de vertrekhal. Tot mijn schrik staat er een rij van hier tot de Canarische Eilanden. Okee… even wachten dan maar. Maar als we na vijftien minuten pas tien meter zijn opgeschoven, begin ik het warm te krijgen. Halen we de vlucht zo wel? Dan zie ik in de verte een infobalie. Ik loop er snel naartoe. Blijkt dat ik voor maar zes euro een fastlane-ticket kan kopen. Ik slaak een zucht van verlichting. Niet veel later zitten we bij de gate een krentenbol te eten. Here we go!

Alles verandert

Een van de belangrijkste boeddhistische ( en voor mij ook meest inspirerende)  lessen van de Boeddha is de universele wet van de tijdelijkheid. Oftewel: alles verandert en alles is vergankelijk. In het Engels noemen ze dat impermanence. Het kan heel geruststellend zijn om te weten dat alles weer overgaat. Op ons reisje hadden we telkens kleine tegenslagen, maar telkens daarna ook weer blijheid.

 The only way to make sense out of change is to jump into it, move with it, and join the dance. – Alan Watts

Tijdelijke reisstress

“Een vakantie voelt vaak als een emotionele achtbaan, waarbij diepe dalen en hoge pieken elkaar in hoog tempo afwisselen”, las ik online. “Die dynamiek ontstaat door het contrast tussen de vecht-of-vluchtmodus (bijvoorbeeld als je bijna je vlucht mist) en de enorme ontlading zodra je veilig op je bestemming bent. Juist die intense momenten van onzekerheid en stress zorgen ervoor dat de daaropvolgende beloning (dat eerste duikje in ons zwembadje)  extra intens voelt door een krachtige dopaminepiek in ons brein.”
Kortom: zonder de (tijdelijke) reisstress zou de euforie van de aankomst nooit zo hoog aanvoelen.

Anything can happen, and it usually does.  – Douglas Adams


Alles kan altijd gebeuren

Boeddhistisch leraar Joseph Goldstein vertaalt impermanence als: alles kan altijd gebeuren. En juist die formulering raakte me de afgelopen weken harder dan ooit. Want terwijl ik dacht dat ik eindelijk in rustiger vaarwater was beland met mijn colitis ulcerosa, liet mijn lichaam me opnieuw zien hoe weinig controle ik eigenlijk heb. Bij een standaard check net na kerst bleek ik verhoogde ontstekingswaarden te hebben. Het nieuws kwam als een donderklap bij heldere hemel. “Echt waar?” vroeg ik verbaasd aan de verpleegkundige. “Ik heb me in maanden, misschien wel jaren niet zo goed gevoeld.” Maar de cijfers logen niet. Vanaf dat moment voelde ik de onrust in mijn buik toenemen, en niet veel later poepte ik weer bloed. Met het reisje naar Tenerife in het vooruitzicht bracht dat behoorlijk wat stress met zich mee. (En laat stress nou net een van de triggers zijn van deze aandoening.)

Innerlijke criticus

Ik viel fysiek, maar ook mentaal weer terug. Ik kan er met mijn kop niet bij dat ik me in december zó goed voelde en nu ineens weer in de shit zit. Het maakt me moedeloos, bang en boos. Ik had zo’n lekkere flow te pakken: dagelijks mediteren, veel yoga, regelmatig naar meditatiebijeenkomsten en mijn eetpatroon nog verder aangescherpt. Mijn collega’s merkten ook op hoe vrolijk ik weer was. En nu denk ik: what the fuck, waar doe ik het allemaal voor? Zo frustrerend.

You don’t have to control your thoughts. You just have to stop letting them control you. — Dan Millman

Maar goed, ik ken dit innerlijke gevecht maar al te goed. De innerlijke criticus neemt meteen het heft in handen. Kleine Davey die denkt dat hij het niet goed doet. Dat diepe, negatieve geloof dat zich ooit in mij heeft genesteld.

Wie voelt zich aangevallen?

Vanochtend luisterde ik naar een lezing van van voormalig varkensboer en inmiddels spiritueel leraar Wim Heusinkveld. Hij vertelde dat hij tijdens retraites wel eens hielp in de keuken bij zijn vrouw Ida. Zij corrigeerde hem dan regelmatig, omdat hij, zoals hij zelf zegt, een nulsterrenkok is. Hij voelde zich daardoor flink aangevallen en gekwetst. Pas toen hij besefte dat kleine Wim zich aangesproken voelde, omdat hij vroeger niet gezien werd en nooit een complimentje kreeg, kon hij het loslaten. “Stel jezelf de vraag,” zei hij, “wie voelt zich hier eigenlijk aangevallen?” Of in mijn geval: wie voelt zich niet goed genoeg?

Behind every reaction is a younger version of you asking for love. — Unknown

Kleine Davey

De afgelopen week heb ik me vaak afgevraagd wat ik in december “fout” heb gedaan, alsof ik ergens iets heb gemist waardoor deze opvlamming kon ontstaan. Maar die gedachten komen niet uit het niets. Van wie zijn deze gedachten? zou Wim zeggen. Ze zijn van kleine Davey, het jongetje dat niet tot last wilde zijn terwijl mama in een inrichting zat, dat zich schuldig voelde over dingen waar hij nooit verantwoordelijk voor was. En daarbovenop was er een vader die er wel fysiek was, maar emotioneel nauwelijks bereikbaar. Voor een kind voelt dat al snel alsof je alles zelf moet oplossen, alsof je beter moet opletten, sterker moet zijn, minder moet voelen, en vooral: alsof het jouw schuld is wanneer dingen misgaan. Dat oude patroon maakt dat ik nu, als volwassene, bij elke terugval meteen denk dat ik iets verkeerd heb gedaan, dat ik harder had moeten proberen, dat al mijn inspanningen voor niets zijn geweest. Maar dat is niet de werkelijkheid van nu; dat is de echo van kleine Davey die nog steeds denkt dat hij verantwoordelijk is voor alles wat misgaat.

Controle

De afgelopen week merkte ik dat ik weer terugviel in dat eindeloze reflecteren en controleren. Het is een oud patroon dat ik maar al te goed ken, maar het doorbreken ervan blijft lastig. Steeds weer duikt dezelfde reflex op: zoeken naar wat ik verkeerd heb gedaan, alsof ik door nóg harder mijn best te doen kon voorkomen dat er iets mis zou gaan.. Op vakantie merkte ik dat ook. In het begin kon ik alles even loslaten, maar daarna schoot ik juist de andere kant op: alles maar doen om het leuk te hebben, alsof ik daarmee kon garanderen dat de meiden en ik het perfect naar ons zin zouden hebben. Ook dat is een vorm van controle,  alleen verpakt in iets dat op het eerste gezicht positief lijkt. Na dag één was ik behoorlijk op. Ik belde Karin in tranen en zei dat ik zó graag wilde dat de meiden het leuk hadden. Dat ik zo mijn best deed. En ze hádden het leuk, maar ik werd overspoeld door emoties, onzekerheid, mijn buik die opspeelde, de spanning van de reis. Het was gewoon veel.

When you try to control everything, you enjoy nothing. Unkonwn

Boottocht

De volgende dag besloot ik de touwtjes wat meer te laten vieren. We gingen op een boottocht, in goed overleg met de meiden. En het was super. Voorop de boot, teen nat van de Atlantische oceaan, onze favoriete muziek van Miles Smith op de achtergrond, tranen over mijn wangen van ontroering. De meiden euforisch op zoek naar dolfijnen, en ja hoor, we zagen ze. En toen we ons omdraaiden om naar de andere kant van de catamaran  te lopen, kotste Namé het hele dek onder. Alles kan gebeuren… Het tweede uur stond ik weer vol in de zorgmodus. Maar eenmaal aan land kwam de lach snel terug en hebben we verder onwijs  genoten van de vakantie.

Chaos is what makes life interesting.— Oscar Wilde

Had ik het anders moeten doen?

En toch, achteraf, begint dat stemmetje weer: heb ik het goed gedaan? Had ik het anders moeten doen? Het blijft ongelooflijk hoe hardnekkig dat is. Ik wéét dat het een fantastisch avontuur was, ondanks dat ik niet fit was. Maar ergens blijf ik kritisch, alsof ik de lat zo hoog heb gelegd dat ik hem per definitie niet raak. “Leg de lat maar op de grond”, zei Wim. ”Je kunt het niet fout doen.” Misschien is het de teleurstelling dat de vakantie voorbij was. Misschien het verdriet dat ik niet helemaal fit was. Terwijl ik dit schrijf besef ik dat ook dit precies de discussie is van kleine Davey, die jongen die vroeger zo graag goedkeuring wilde, en nu soms nog steeds zoekt naar bevestiging, zelfs bij zijn eigen kinderen.

Prednison stootkuur

Ik zit nu ook weer aan de prednison, als stootkuur omdat de nieuwe medicatie pas over zes tot acht weken begint te werken. En eerlijk: dat vind ik moeilijk. Het voelt ergens alsof ik faal, alsof ik het zelf zou moeten kunnen oplossen. Door het ‘drogeren’ heb ik juist het gevoel dat ik alle controle kwijtraak. Maar ook dat besef ik inmiddels: dit is weer controle‑denken. Een vriend vertelde me ooit over een interview met een bisschop die zei dat mensen soms vergeten dat medicatie óók iets is wat ons gegeven is om te helpen. En dat raakt me. Want eigenlijk kan het me juist vrijheid geven. Mijn volwassen ik weet dat. Het is echt hoogtijd om wat milder te zijn.

Be gentle with yourself. You’re doing the best you can with the story you’ve lived. — Unknown

Zachtheid oefenen

Vanochtend zag ik een vrolijk appje in een groep die ik volg, en meteen voelde ik irritatie opkomen. Wie voelt die irritatie? zou Wim zeggen. Het is kleine Davey, die jaloers wordt, die denkt dat anderen het leuker hebben dan hij. Het is de denkgeest, mijn ego, een oud beschermingsmechanisme dat nog steeds snel aanslaat als ik me niet goed voel, maar uiteindelijk een illusie is. Want even later, na de lezing van Wim en de recitatie van de Gayatri‑mantra, Las ik hetzelfde appje opnieuw. En ineens voelde ik medevreugde, zachtheid, ruimte. Zo’n kleine (tijdelijke) verschuiving, en toch een wereld van verschil. Het herinnert me eraan hoe krachtig het is om dagelijks te oefenen met aandacht en compassie, hoe transformerend.

Tijdelijkheid biedt troost én onzekerheid. We verlangen naar controle, maar het leven laat zich niet sturen. Mindfulness helpt ons om met zachtheid te erkennen dat we niet weten wat er komt en steeds weer terug te keren naar dit moment, voordat het hoofd verhalen gaat bouwen.— vrij naar Toni Bernhard, kunst van het ziek zijn

Erkennen dat alles verandert

Gelukkig herken ik steeds beter mijn kindreacties. Ik zie nu hoe streng ik voor mezelf word op momenten dat ik juist zachtheid nodig heb. En misschien is dat de echte oefening in tijdelijkheid: erkennen dat alles verandert, mijn lichaam, mijn emoties, mijn verwachtingen, en dat ik mezelf niet hoef te beoordelen op hoe goed ik het allemaal heb “gedaan”. Soms is het genoeg om te zeggen: dit was het moment, dit was het leven, en ik heb het gedragen zoals ik kon. Wim citeerde vanochtend een mooie zin: “Je kunt niet falen als je de waarheid zoekt.” (En die waarheid kun je net zo goed lezen als liefde.) Dit is een goed moment om kleine Davey even bij de hand te nemen en hem te laten weten dat hij niet kan falen, en dat ik als volwassene de ruimte mag innemen om mild te zijn. Niet alles is te voorkomen. En ik hoef niet perfect te zijn om goed voor mezelf te mogen zorgen. Alles is tijdelijk, alles kan gebeuren. En wie weet wat het me brengt. We zien wel hoe het afloopt.

We zien wel hoe het afloopt

In mijn meditatiegroep deelde iemand het verhaal van Zhuangzi, over de boer wiens paard wegliep. De buren riepen dat het een ramp was, maar de boer zei alleen: “We zien wel hoe het afloopt.” Toen het paard terugkwam met een hele kudde, noemden de buren het geluk. De boer bleef even rustig: “We zien wel hoe het afloopt.” En zo ging het door: tegenslag, meevaller, ongeluk, geluk, steeds weer veranderend, steeds weer onvoorspelbaar. De boer wist dat hij het grotere plaatje nooit kon overzien.

Dat is de houding die ik nu nodig heb, en uiteindelijk mijn belangrijkste les: dat vertrouwen in hoe het leven zich ontvouwt meer kracht geeft dan het proberen te sturen. De vraag is niet: waar doe ik het allemaal voor? Dat weet ik eigenlijk wel, het antwoord is liefde. De echte vraag is: hoe ga ik ermee om? Want leren omgaan met tegenslagen is belangrijker dan het verdriet en de pijn van de tegenslag zelf. Niet om te ontkennen wat er gebeurt, maar om ruimte te maken voor het feit dat ik niet alles kan weten of sturen. Om kleine Davey gerust te stellen dat hij niets hoeft te fixen. En om als volwassene te kunnen zeggen, met iets meer vertrouwen dan vroeger: ach… we zien wel hoe het afloopt.

We zullen zien

Wat nou als de wind je plannen verstoort?
Zit je bij de pakken neer,
of eet je een cracker met chocola?
We zullen zien.

Wat nou als de vulkaan uitbarst?
Zeg je: “What the fuck!”
of omarm je het vuur?
We zullen zien.

Wat nou als je weer ziek wordt?
Denk je, waar doe ik het voor
of: hoe ga ik ermee om
We zullen zien.

Wat nou als je zou lijden?
Ga je dan strijden,
of geef je jezelf over?
We zullen zien.

Wat nou als je ruzie krijgt?
Val je stil,
of zeg je sorry
We zullen zien.

Wat nou als je de lat te hoog legt?
Zeg je: “blijf maar springen”
of “leg hem op de grond”?
We zullen zien.

Wat nou als je kunt surfen op een rif?
Zeg je dan: “Laat maar”
of “Je leeft maar één keer”?
We zullen zien.

Wat nou als je iemand mist?
Krop je het verdriet op,
of laat je je tranen stromen?
We zullen zien.

Wat nou als je de waarheid zoekt?
Zeg je: ik kan niet falen
Of twijfel je toch
We zullen zien

Wat nou als je de boot onderkotst?
Zou je nooit meer varen
Of zeggen: “Alles kan altijd gebeuren..
We zullen zien

Wat nou als je het allemaal niet weet?
Blijf je zoeken naar antwoorden,
of laat je het eindelijk los?
We zullen zien.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *