De jaren 80

de jaren 80
hebben me vergiftigd
gevormd en gezoet
het is een vage herinnering
die ik heb gewist
een onbereikbare liefde
waar ik naar smacht
als Maverick
die Goose mist

de jaren 80
zijn een fluorescerende flashback
met Whitney Houston
als fluisteraar
die vertelt hoe het zat
een Neverending story
van papier marché
die eindigt
in een zwart gat

de jaren 80
is als kustikkertje
over de rand
van de zandbak
op het schoolplein
een reis naar
die ene gesuikerde boterham
tussen de middag
samen met mama zijn

‘Er is een blauwe enveloppe binnen gekomen Dave! Misschien is het onze teruggaaf’, zegt Karin. ‘Zal ik hem openmaken?’ ‘Nee!’, roep ik pertinent. ‘Heb ik nu geen zin in. Laat me.’ Ik merk een verhoogde hartslag en haast een verstijving in mijn schouderspieren. Er beukt een olifant tegen mijn borst. Ik graai de enveloppe uit Karins handen en stop hem weer terug tussen de andere post.

‘Avoiding life, avoiding making any concrete plans for your life–that’s just one way you’re pretending you can keep bad things from happening to you again.’ ― Susan Vaught, Going Underground

Een van mijn diepgewortelde patronen is dat ik dingen vermijd. Het kan een blauwe enveloppe zijn, maar ik heb ook vaak genoeg dagen dat ik mijn telefoon en alle appjes helemaal links laat liggen. Alsof ieder nieuw appje een woeste golf is die me overspoelt, ik vlucht naar de waterkant van een onbewoond eiland. Op datzelfde eiland waar ik ook dikwijls mijn gevoel van alledag weet te onderdrukken door tv te kijken of bier te drinken.

‘At first things were very confusing. Everything was so entirely different from the world I had known – even the flowers.’ – H.G. Wells (The Time Machine – book)

Tijdmachine

Het is alsof ik telkens weer in een tijdmachine stap. Toen mijn moeder dood ging, vluchtte ik namelijk ook. Ik vluchtte naar buiten, naar een grasveldje in de buurt waar ik zo vaak voetbalde en speelde. Ik zat daar alleen en zag de ziekenwagen van een afstandje de straat inrijden en weer vertrekken. Het diepgewortelde patroon van vluchten en vermijden was geboren. Ik kan het niet pinpointen waarom, maar meer nog dan ooit, lijkt mijn vermijding me momenteel bij de keel te grijpen.

‘Nothing is gonna go back to the way that it was. Not really. But it’ll get better. In time.’ -Jim Hopper (Stranger Things)

De jaren 80

Wat me ook bij de keel grijpt de laatste weken, zijn de jaren 80. Het is een tijd waar ik met gemengde gevoelens op terug kijk, een periode die ik ook heb willen vermijden. De muziek jaagt me soms de stuipen op het lijf. Ik kan huilen als Max in Stranger things op de muziek van Kate Bush een bijna-dood-ervaring heeft, maar ook emotioneel worden bij de musical van de Bodyguard of als Maverick door de geluidsbarrière knalt op het Top Gun Anthem. Het decennium geeft me zowel een euforisch als melancholisch gevoel. Onbewust brengt het me denk ik terug bij mijn moeder, een pijnlijke herinnering door het verlies, anderzijds juist fijn omdat ze er toen nog was.

‘Developing an inner refuge where we feel loved and safe enables us to reduce the intensity of traumatic fear when it arises’, Tara Brach

RAIN-meditatie

Ik zit op mijn meditatiekussen in de tuin en sluit mijn ogen. Ik hoor de stem van Tara Brach, ze begeleidt een RAIN-meditatie. Een meditatie waarbij je met compassie kijkt naar een situatie uit je leven. Afgelopen nacht lag ik bang en verstijfd in bed. Nu hier zittend op mijn kussentje, ga ik terug naar dat moment, kijk ik het recht in de ogen. Ik voel de angst in mijn lijf, bij mijn keel. Ik ga met mijn aandacht naar het gevoel in mijn lijf toe, mijn lichaam schudt. Ik moet huilen. Ik zie een beeld van een kleine Davey die zijn moeder mist. Ik ga weer terug naar dat gevoel, in mijn keel, en adem ernaar toe. Het schudden wordt heviger. De angst lijkt me te overspoelen. Ik leg een arm op mijn schouder en de ander op mijn buik. Alsof ik mezelf knuffel. ‘Het is ok, het is ok, het is ok’, herhaal ik. De storm gaat liggen.

Talk to me, Goose.’ — Maverick

Tegenpool van vermijden

De RAIN-meditatie is eigenlijk een tegenpool van vermijding. Je gaat naar een situatie of een gevoel toe in plaats van het te vermijden. In een mindfulness training leer je eigenlijk hetzelfde, alleen gaat het dan altijd om het NU, om te zijn met wat er nu is, leuk of niet leuk. Kun je je boosheid, verdriet, frustratie maar ook JOY herkennen en voelen in het moment. Simpeler, ben je in staat een boterham te eten en die ook echt te proeven.

‘Many people are alive but don’t touch the miracle of being alive.’ – Thich Nhat Hanh

Patronen veranderen niet zo maar

‘Als ik nu in een vergadering zit ben ik minder reactief, of juist bewust dat ik alsmaar wat zeggen wilt en even achterover leun’, zei een deelnemer laatst tijdens een mindfulness training. Wat het mooie van een mindfulness training is, is dat het heel persoonlijk is wat je eruit haalt. In algemene zin leer je aandachtiger te zijn, maar diepgewortelde patronen komen daarnaast bovendrijven (als het mee zit..). Misschien ben je heel erg een doener, wil je graag controle houden of ben je heel kritisch op jezelf. Grote kans dat je ermee geconfronteerd wordt tijdens meditaties en de patronen steeds meer gaat herkennen. Het betekent helaas niet dat je de patronen zo een, twee, drie verandert, dat vergt tijd. Zo kan het gebeuren dat je als mindfulness trainer nog steeds je enveloppen niet gelijk open maakt als ze op de deurmat vallen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *