Het zweetincident

‘Die jongen achter mij stinkt een uur in de wind. Ik ga haast van mijn stokkie’, hoor ik een vrouw zeggen. Hoor ik het nou goed? Ik kijk om het hoekje. Het is donker in de lege yoga-ruimte, maar ik zie mijn meditatiebuurvrouw* fluisteren tegen een begeleidster van de retraite. Mijn hart zit in mijn keel. Die jongen waar ze het over heeft, ben ik, denk ik. Stink ik echt zo? Ik krijg het warm en verstijf. Zij lopen de ruimte uit via een achterdeur. Ik begin mijn loopmeditatie. Mijn voeten lopen, maar mijn hoofd tolt.

*Op een vipassana retraite heb je een week lang een vaste plek in de meditatieruimte. Je zit telkens naast dezelfde mensen (meditatiebuurvrouw – red).

‘The heart is like a garden.  It can grow compassion or fear, resentment or love.  What seeds will you plant there?’ –  Buddha

Waarom ga je op retraite?

Begin mei was ik op een vipassana stilteretraite van Chris Cullen en Cristina Feldman in een klooster in de buurt van Enschede. ‘Waarom ga je eigenlijk op retraite?’, vroeg iemand van de week. Nou’, zei ik. ‘Als ik dagelijks mediteren vergelijk met het geven van water aan mijn planten, dan is een retraite het onderhouden van m’n hele tuin. Onkruid wieden, nieuwe zaadjes planten, het gras maaien, zware tegels tillen, misschien een tuinkabouter in de hoek plaatsen. Beetje oppimpen de boel. Zoiets. Bovendien vind ik op retraites altijd een staat van zijn die ik vanuit het dagelijks leven niet ken. Iets wat neigt naar verlichting, waar de Boeddha over sprak, denk ik.

‘The word enlightenment conjures up the idea of some superhuman accomplishment, and the ego likes to keep it that way, but it is simply your natural state of felt oneness with Being.’ – Eckhart Tolle

Dit wordt een project

De bel galmt door de gangen van het klooster. Het is half 7. Ik zit rechtop in mijn bed. Dag vier van de retraite. Het eerste wat me te binnen schiet is het zweetincident van gister… ‘Ik ging haast van mijn stokkie’, hoor ik de dame weer zeggen. Voel schaamte opkomen, boosheid, verdriet misschien zelfs. Oh, dit laat ik niet zomaar los, denk ik bezorgd. Dit wordt een project. Met gebogen hoofd wandel ik naar de meditatiezaal.

‘The best way out is always through.’ – Robert Frost

Waarom raakt het incident me zo?’, reflecteer ik tijdens de zit. Ik krijg beelden van de middelbare school op mijn netvlies. Zweten was een ding toen. Mijn moeder was net overleden en hoewel ik daar op het oog vrij goed mee om leek te gaan, liep ik met een hoop spanning rond in mijn lijfje. Zo droeg ik extra onder-t-shirts om mijn zweet te verhullen en at ik weinig op school. Het is alsof ik terugga in de tijd en het allemaal herbeleef. Ik voel schaamte en krijg het warm, heb pijn in mijn keel en borst. Denk aan mijn mama en voel me ook heel onveilig opeens door dat geroddel. Gedachten en gevoelens lijken me te overspoelen. Ik breng m’n aandacht naar mijn lichaam en adem. Dat lukt. Niet veel later keert de rust terug in mijn systeem. Ok, denk ik, ik kan dit zien als een probleemof als iets waar ik mee aan de slag ga vandaag. Gedecideerd kies ik voor het tweede. Hier ben ik voor gekomen.

‘Work hard on your job and work harder on yourself.’ – Larry Winget

Hoe ga je om met ongemak?

Mijn knie doet pijn, mijn onderrug zeurt verschrikkelijk en mijn enkel slaapt… Fucking hell, hoe lang gaat dit nog duren?! De volgende zit is op weg… Ik zit niet lekker, en dat is een understatement. Nog 35 minuten te gaan. Pfffff.

Een vipassanaretraite heeft een enorm fysiek aspect. Je zit bijna vijf uur per dag in meditatiehouding. Dat doet wat met je lichaam. Het is ook onderdeel van het proces. Hoe ga je om met dat ongemak? Als spiegel voor hoe je straks omgaat met ongemak in het leven van alledag. Zoals ik het zweetincident dus ook als leerstof probeer te zien voor straks. Geroddel, schaamte, boosheid; gaat allemaal weer de revue passeren thuis. En wat valt er nog te doorleven van vroeger?

‘Get yourself grounded and you can navigate even the stormiest roads in peace.’ –  Steve Goodier

Na 20 minuten ben ik soort van door de irritatie heen. Hoe ging dat? Afdwalen, de irritatie voelen, beetje bewegen, naar de adem gaan, weer afdwalen (wat heeft Ajax eigenlijk gedaan tegen Tottenham?), boos worden, fantaseren, mijn handen voelen, de adem.. en dat zo 20 keer op en neer. Het fysieke ongemak is weg. Hè hè, denk ik, maar niet veel later maakt de lichamelijke struggle plaats voor iets anders…
In m’n hoofd zie ik ineens het beeld van een kleine Davey, moederziel alleen op bed. Zijn mama is vannacht overleden. Ik voel een scheut van angst door mijn lichaam gaan en herken het onveilige gevoel van vanochtend in mijn systeem. Ik leg een hand op mijn buik, de andere op mijn hart. ‘Het is veilig jongen’, zeg ik zachtjes. Ik tril, raak geëmotioneerd. Houd mezelf stevig vast. ‘Het is veilig’, fluister ik nogmaals. Probeer te voelen, en te ademen. In. Uit. In en uit. En dan, alsof er een licht aangaat, voelt mijn eigen omhelzing ineens heel veilig en warm. Thuis.

‘Like a caring mother holding and guarding the life of her only child, so with a boundless heart of lovingkindness, hold yourself and all beings as your beloved children.’  – Gautama Buddha

 Moge je veilig zijn

‘Think of someone who you have some difficulties with?’, instrueert Chris Cullen tijdens de volgende zit, een metta meditatie. In het Nederlands vertalen we deze boeddhistische term meestal als liefdevolle vriendelijkheid. Cristina Feldman vertaalt metta als bevrienden of een vriend zijn van. Klinkt vaag misschien maar dat bevrienden is een heel essentieel onderdeel van mindfulness beoefening en hoe je je verhoudt tot je binnenwereld. Praktisch gezien stuur je bij een metta-meditatie in gedachte vriendelijkheid de wereld in met zinnetjes als; moge je gelukkig zijn en moge je veilig zijn. Eerst naar jezelf, vervolgens naar iemand om wie je geeft en een neutraal persoon, als laatst naar een ‘moeilijk’ persoon. Voor mij is die laatste een makkie deze keer.

‘As I walked out the door toward the gate that would lead to my freedom, I knew if I didn’t leave my bitterness and hatred behind, I’d still be in prison.’ – Nelson Mandela

Het moet blijkbaar zo zijn

Het is etenstijd. Ik heb mijn eten opgeschept en zie een vrij tafeltje met een bordje erop zonder eigenaar. Ik neem plaats aan de lege tafel. Als ik een eerste hap van mijn aspergesoep wil nemen, zie ik mijn metta moeilijke persoon mijn kant oplopen. Nee toch, denk ik, en ja hoor, ze gaat tegenover me zitten. Tjonge jonge, het is háár bord. Ik durf haar niet aan te kijken, maar moet van binnen ook wel een beetje gniffelen. Het moet blijkbaar zo zijn. Wel krijg ik weer het beeld op mijn netvlies dat ze over mijn lichaamsgeur praat. ‘Ik ging haast van mijn…’ Ik herken de gedachte meteen, uiteraard, maar de boosheid en schaamte blijven achterwege. Ik leg mijn hand onder de tafel op m’n buik, zucht nog maar eens diep, en fluister in mezelf: moge ik veilig zijn, moge jij veilig zijn. En neem een hap van mijn soep.

Sneaking up on enlightment.
Walking slowly. Grounding.
With my bare feet in the sand.

I see a little boy, alone.
A memory. My heart is closed.
Warming. Holding my body. I want to go home.

I wonder: ‘What did Ajax do?’.
Moving my legs. Touching my belly.
Calming. Without a clue.

‘I don’t belong here. It isn’t safe!’
Oh, just another thought.
Breathing. Surfing the wave.

Oops, a fart!
Standing still. Laughing.
Joyriding. Working bloody hard.

Shame. Shivering from head to toe.
Walking in the midst. Touching my chest.
Befriending. Trying to let go.

I see a little boy. Beloved.
A feeling. My heart is opening. Receiving
Pain in my back. Shoulders soft.

Sneaking up on enlightment.
Step by step. Appreciating. Walking. Breathing.
Still wondering: ‘ How did Ajax end?’.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *