Nooit wist ik dat

Alsof ik haar achterlaat ter adoptie. Uitpuilende oogjes, rondvliegende tranen, haar armpjes en handen die grabbelen in het luchtledige. ‘Wa wa wi woh wheeeeej’ ‘Papa laat me niet alleen!’, lijkt ze te schreeuwen. ‘Ik ben er strakjes weer’, fluister ik in haar oor als ik een laatste kus op d’r hoofdje geef. Met pijn in m’n hart trek ik de deur van de opvang dicht. In de auto vecht ik tegen mijn tranen, en krijg ik het beeld van haar paniek niet van mijn netvlies.

Leraar
Je kind is je grootste leraar, hoorde ik mensen zeggen voordat ik vader werd. Die uitspraak ging het ene oor in en het andere oor weer uit, althans ik vond het een interessante beredenering, maar ik herkende me er niet in. Was ik al die jaren de leraar van mijn vader geweest? Zo voelde dat nooit in ieder geval. Nu mijn dochter richting haar eerste verjaardag gaat, en we in 2016 zoveel avonturen samen beleefden, weet ik wat die mensen bedoelden.
Of het nou gaat over het loslaten als ik haar ontredderd achterlaat bij onze gastouder of over de papa-dagen dat ik een lijstje wil afwerken in huis en ik alsmaar gefrustreerd raak, en zij lijkt te zeggen, papa laten we gewoon lekker chillen. Of dat het gaat over de eenvoud van liefhebben, plezier zien in kleine dingen en haar eindeloze vrolijkheid die me inspireren. Nooit maar dan ook nooit wist ik dat mijn dochter me zoveel zou leren, en vooral wist ik nooit dat het ontmoeten van haar zo waanzinnig mooi zou zijn.

‘Our children can be our greatest teachers if we are humble enough to receive their lessons.’ – Bryant McGill

Hand in hand
‘Jij en ik. Hand in hand. Met Dikkie Dik. Naar het strand. Zandkasteel. In de zee. Hand in Hand. Met z’n twee.’ Dit was de tekst van een liedje dat ik schreef van de zomer voor m’n dochter. We gingen in 2016 vaak naar het strand samen. Even wandelen door de duinen, vogels kijken in de branding, voetje baden, spelen in het zand. Ik vertelde haar over de kleine zeemeeuw die vrienden werd met de dikke zeehond, of praatte over wat we zagen: de zon, schelpen en de golven. En zij maar brabbelen, zeker als we hondjes tegen kwamen, of ze viel lekker in slaap tegen m’n borst in de draagzak, en ademde alleen maar de zoute zeelucht in.

In al mijn facetten
‘Wie ik ben met onze dochter, is wie ik wil zijn in heel mijn hele leven’, zei ik van de week tegen mijn vriendin. De verbondenheid, de humor, het gek doen, de vriendelijkheid, de vastberadenheid en de geborgenheid die ze in me oproept, maar ook de boosheid, irritatie en de angst. Mijn dochter maakt de Dave in me los die ik in al mijn facetten ben, en wil zijn, met al mijn mooie kanten én met al mijn nukken.

Machteloosheid
‘Ik kreeg een appje van de onderbuurman, dat ie zich zorgen maakte, omdat ie je hoorde schreeuwen vrijdagavond’, zei mijn vriendin een paar maanden terug. Ons appartementencomplex is nogal gehorig. Regelmatig kunnen wij meegenieten van de Britney Spears imitatie van onze bovenbuurjongen. De keerzijde is dus dat onze buren ook kunnen genieten van ons. ‘Wat wil je nou?!!!’, brulde ik uit pure machteloosheid naar onze dochter die bewuste vrijdag. De kleine druif wilde niet eten, slapen, spelen of vastgehouden worden. Ik wist het niet meer, alsof er een bal in mijn keel zat waardoor ik geen lucht meer kreeg. Het was me even te veel en ik zette een iets te harde stem op. Ik ben er niet trots op, maar ook dat zit blijkbaar in mij. Veel leraren hadden me uit de klas gestuurd waarschijnlijk, zij kalmeerde niet veel later en legde liefdevol haar hoofd op mijn borst, alsof ze zei; ‘het is okay papa’.

‘Your children are not your children. They are the sons and daughters of Life’s longing for itself. They come through you but not from you, and though they are with you, yet they belong not to you. You may give them your love but not your thoughts. For they have their own thoughts. You may house their bodies but not their souls, for their souls dwell in the house of tomorrow, which you cannot visit, not even in your dreams. You may strive to be like them, but seek not to make them like you. For life goes not backward nor tarries with yesterday.’- Khalil Gibran

Verbonden
‘Voel je je verbonden met je dochter?’, was de vraag van onze relatietherapeut. Ik twijfelde geen moment en zei volmondig ja, terwijl de tranen over mijn wangen rolden.

Hoe mooi ook, het ouderschap zorgde ervoor dat mijn vriendin en ik moeite hadden verbinding te vinden met elkaar afgelopen jaar, zodoende zochten we hulp. Waar er tussen mijn lief en mij soms een groot grijs gebied zit, van elkaar niet begrijpen, patronen en conditioneringen, daar is de liefde tussen mij en m’n dochter veel “schoner”. Logisch ook misschien, omdat er geen historie is, maar desalniettemin is de natuurlijke verbondenheid met m’n dochter voor mij heel inspirerend en geruststellend. Want zonder alle (vaak mentale) shit, blijft er dus pure liefde over. Het geeft me ook vertrouwen dat m’n vriendin en ik er ook uitkomen als we door die grijze lucht weten te breken, misschien ook juist wel met behulp van onze kleine leraar.

‘The only creatures that are evolved enough to convey pure love are dogs and infants.’ – Johnny Depp

Geen zorgen
‘Ze had een topdag’, zegt onze gastouder als ik ons poppie weer ophaal aan het einde van de dag. ‘Toen je de deur dicht deed vanochtend, stopte ze met huilen. Ze was heel vrolijk, en bleef maar kwebbelen en met haar handjes zwaaien. Het is een echt heerlijke meid, Dave.’ Ik glunder, pak de kleine vrolijkerd stevig vast en besef me dat me weer een les ten deel valt. ’Da da da di doh da deee’, zegt ze. Oftewel: ‘Maak je geen zorgen papa, alles komt goed.’

Nooit wist ik dat houden van zo makkelijk was, dat de gedachte aan jou me zou kroelen telkens weer als een warme deken met vlinderprint.

Nooit wist ik dat ik zo bang kon zijn voor jouw gesloten ogen, dat wanneer je snuitje zou ronken, ik naast je bed zou zitten en zou vrezen voor jouw kwade dromen.

Nooit wist ik dat verbonden zijn zo eenvoudig was, dat het moment dat ik jou voor het eerst in mijn armen had, jouw vingertjes zouden voelen als een liefdevol verlengstuk van mijn eigen hand.

Nooit wist ik dat jou loslaten zo pijnlijk kon zijn, dat telkens als ik je overstuur achter zou laten bij de opvang, jouw tranen m’n hart zouden doorklieven.

Nooit wist ik dat jouw vrolijkheid me zo blij zou maken, dat als jij in een deuk ligt om een propje papier, mijn kaken pijn zouden doen van de lach.

Nooit wist ik dat ik me zo machteloos zou kunnen voelen, dat de momenten dat jij ontroostbaar bent, jouw verdriet me lam zou slaan waardoor ik letterlijk geen lucht meer zou krijgen.

Nooit wist ik dat ik zo verliefd kon zijn, dat jouw klappende handje elk wolkendek in mij zouden open breken, als een levenslicht met de kracht van de zon.

Nooit wist ik dat jij m’n leraar zou zijn, dat ik er door jouw lessen na 38 jaar eindelijk achter zou komen wie ik ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *